Het bouwen van een stal doe je als melkveehouder meestal maar 1 keer in je hele leven. De kleine melkveestallen die je nog vaak in het landschap ziet staan, zijn meestal in de jaren ’60 en ’70 gebouwd en aan vervanging toe. Zo ook op ons bedrijf: de kleine, vochtige oude melkveestallen zijn niet de meest prettige omgeving voor de kamelen. Ze hebben licht, lucht en ruimte nodig en een droog stalklimaat. Maar hoe begin je aan de bouw van een nieuwe kamelenstal?
Hoe leuk het ook is om te dromen over een prachtige stal met alles erop en eraan: het belangrijkste om in de gaten te houden, is de kostprijs van de stal. Je moet uiteindelijk de lening van de bank ook terug kunnen betalen. De kosten houd je laag door een stal zo simpel mogelijk te bouwen. Doordat je de kosten terugverdient met de productie van je dieren, moeten er voldoende dieren in de nieuwe stal kunnen. Daarnaast moet er zo min mogelijk grondwerk gedaan worden, moet de ‘bovenbouw’ zo recht en simpel mogelijk zijn en leiden alle extra hoeken en uitbouw tot extra kosten. Maar simpel bouwen is niet altijd mogelijk. Als je dieren houdt, produceer je bijvoorbeeld ammoniak. De uitstoot van ammoniak moet van de provincie verminderd worden doordat het effect heeft op natuurgebieden. Ammoniakuitstoot verlagen kun je doen door bijvoorbeeld een aangepaste vloer in je stal te leggen of door een luchtwasser te plaatsen: dat zijn flinke extra kosten voor de stal. Gelukkig produceren kamelen nauwelijks ammoniak en is die investering voor ons niet nodig.
Wel kwam de vraag vanuit de omgeving of we de stal ook ‘mooier’ konden maken. In Noord-Holland zijn enkele melkveehouders via hun zuivelcooperatie CONO Kaasmakers met architecten en bouwbegeleiders aan de slag gegaan (de ‘CONO stal’). De stal wordt dan niet alleen optimaal gebouwd voor de koeien, maar ook landschappelijk ingepast. Dat heeft geleid tot mooie ontwerpen, maar het zorgt ook voor hogere kosten (met name de begeleiding van het bouwproces, kosten voor de architect, de hogere legeskosten voor de gemeente en de hogere materiaalkosten). Daarom is het van belang om van tevoren na te denken over of je een architect nodig hebt en zo ja, welke kwaliteiten de architect moet hebben (verstand van stalbouw, materialen, ontwerpen van stal of juist landschappelijke elementen, enz). Bovendien heb je binnen de (bouw)vergunning niet altijd mogelijkheden om de stal precies zo te bouwen als je wil. Later vertel ik meer over vergunningen.
Als je dan een ontwerp hebt voor de stal (tip: laat het ontwerp door een onafhankelijke architect met ervaring of goed bouwbedrijf tekenen), ga je in gesprek met aannemers. Wij hebben ervoor gekozen om een aantal aannemers een offerte op te laten stellen aan de hand van de schets van de stal. Het is ook mogelijk om een gehele ‘bestektekening’ op te laten stellen, waarin precies vermeld staat hoe de stal moet worden gebouwd en aan de hand daarvan offertes op te vragen. Die kan je dan beter met elkaar vergelijken. In ons geval zijn we het gesprek aangegaan, omdat de aannemers vaak zelf goed onderbouwde keuzes kunnen aangeven bijvoorbeeld in de keuze van materiaal, waarmee je veel kosten kan besparen. De lokale aannemer bleek het beste aanbod te hebben en tijdens de bouw is gebleken dat het van meerwaarde is dat de aannemer in de buurt zit en zo nauw betrokken blijft bij het bouwproces.
Met alleen een buitenkant van de stal ben je er nog niet; ook de inrichting is van belang. Maatwerk is duur, maar standaard inrichtingen zijn lastig te vinden. In ons geval kun je niet de inrichting van een kamelenverblijf ergens aanschaffen. Die moesten we dus zelf maken. Door tweedehands materiaal op te kopen, zelf de onderdelen op maat te maken en de buizen door een bedrijf te laten coaten, is de inrichting als nieuw, maar wel maatwerk. Dat kost wel veel eigen tijd.