Na alle voorbereidingen, na al het harde werken is het dan zo ver: de Symbiotische Stal wordt geopend! Onder aanmoediging van zo’n 80 mensen liepen de eerste kamelen de nieuwe stal in. Mensen en dieren genoten zichtbaar van alle ruimte, licht en extra’s die er in de stal te vinden zijn!
Vlog
Onze originele plannen voor aanpassingen in en om de stal waren ambitieus: een educatieve route voor kinderen, een vergaderruimte, een webcam en speelgoed voor de kamelen, een survivalbaan in de stal, de hele stal rolstoel- en kindvriendelijk en een zandbak buiten de stal zodat de kamelen ook in de winter buiten konden rondrennen. Daar was een forse investering voor nodig die we via crowdfunding hoopten op te halen.
Uiteindelijk was het bedrag dat we via crowdfunding ophaalden voldoende om een heel aantal van de gewenste aanpassingen te doen, maar niet allemaal. We hebben daarom veel tijd gestoken in het zelf realiseren van de aanpassingen. Wat we gerealiseerd hebben is het volgende:
- Het bouwen van een vrijloopstal met optimaal diercomfort waarbij de kamelen zoveel mogelijk natuurlijk gedrag kunnen vertonen
- Leuke activiteiten op de boerderij voor kinderen van 0 tot 12 jaar: een draairad waarbij je de kamelen ‘in de stal kan zetten’, ‘naar de wei kan brengen’, ‘voer kan halen’ en ‘naar de zandbak kan brengen’ (zie foto)

- Een vergaderruimte met uitzicht op de kamelen (zie foto)

- Camel Fun: leuke activiteiten zoals een koeborstel, hooinetten en ballen voor de jonge kamelen in de stal en een webcam waardoor mensen de spelende kamelen kunnen bekijken (zie filmpje)
https://youtu.be/Mn9h7HwBUfo
- Een klimmuur in de stal zodat mensen op een spannende en ludieke manier met de kamelen in aanraking komen en tot de nok van de stal kunnen klimmen
- De gehele kamelenmelkerij is rolstoeltoegankelijk en kindveilig
Deze extra’s maken de stal dagelijks een stuk leuker en toegankelijker voor veel verschillende mensen. En zelf hebben we er ook veel plezier van!
Voordat je een stal in het landschap ziet verrijzen, is er al heel veel in de grond gebeurd. Zie hier in een kort filmpje hoe onze stal gebouwd is.
Zoals iedereen die gaat bouwen, heb je ook als melkveehouder vergunningen nodig om een nieuwe stal te kunnen bouwen. Dat zijn er behoorlijk veel en het verschilt ook nog per situatie wat er allemaal nodig is. Gelukkig is er een loket waarbij je kunt zien welke vergunningen je nodig hebt: het Omgevingsloket Online (www.omgevingsloket.nl). Het betekent niet dat de aanvraag voor de diverse vergunningen gemakkelijk is: je moet alle papieren en onderbouwingen klaar hebben, voordat je de aanvraag definitief indient, anders duurt het hele proces erg lang. Reken er sowieso op dat het vergunningentraject minimaal een half jaar duurt van het moment van aanvragen totdat de vergunning is goedgekeurd.
Na goedkeuring van de vergunning heb je een ‘Omgevingsvergunning’, die omvat ook de andere onderdelen, maar het is goed om te checken of je ze allemaal wel krijgt. Jij bent daar namelijk zelf ook verantwoordelijk voor. Een aantal voorbeelden van vergunningen die je nodig hebt:
- Als je oude gebouwen moet slopen, heb je daar een sloopvergunning voor nodig. Mocht er dan ook nog asbest op het dak van de oude stal liggen, dan moet dat door een erkend bedrijf gesaneerd worden. Kappen van bomen die mogelijk in de weg staan, moet ook vergund worden.
- Natuurbeschermingswet (Nb-wet) vergunning: doordat dieren ammoniak produceren, heb je een Nb-wet vergunning nodig. Hiervoor is het nodig dat met het programma AERIUS uitgerekend wordt hoeveel ammoniak je in de oude en in de nieuwe situatie uitstoot. De provincie beoordeeld dan of de natuurgebieden door je nieuwe situatie benadeeld worden. Als je meer ammoniak uitstoot dan in de oude situatie (doordat je meer dieren gaat houden), is de enige optie om deze dieren te mogen houden door te investeren in ammoniakreductie via stalvloeren, luchtwassers of andere maatregelen om ammoniak te verminderen.
- Eventuele aanpassing van het bestemmingsplan: iedere veehouder heeft een ‘bouwblok’. Dat varieert van 0,5 hectare tot soms wel 2 hectare. Indien je een nieuwe stal wilt bouwen, moet dat op het ‘bouwblok’ passen. Maar daardoor staat de stal niet altijd op een ideale plek. Als het bouwblok te klein is of als de stal op een andere plaats buiten het bouwblok moet komen vanwege de Nb-wet vergunning, betere inpassing in het landschap of omdat de stal anders veel te ver weg staat van het huis bijvoorbeeld, dan moet het bestemmingsplan aangepast worden.
- Daarnaast is het nog mogelijk dat je een Milieu Effect Rapportage (MER) op moet stellen om te zien welke invloed het bouwen en de nieuwe stal heeft op de omgeving en het milieu. Denk daarbij aan geluiden, geur, vervoersbewegingen enz en het effect dat die hebben op de nabijgelegen mensen, dieren en de natuur.
- Als je een tekening hebt van de stal, moet die nog goedgekeurd worden door de Welstands commissie met o.a. architecten die bekijken of de stal in het landschap past. De commissie bekijkt hoe het bouwwerk eruit komt te zien, welke materialen gebruikt gaan worden, of het bouwwerk past in de bestaande omgeving, of bij andere bouwplannen in de omgeving en of het voldoende kwaliteit heeft. Soms hoef je alleen de kleuren van de stal aan te passen, maar het kan ook zijn dat je een heel stuk van de stal niet kan bouwen of dat er een kleine aanbouw nodig is. Tegen het advies van de Welstandscommissie kan je niet in beroep gaan, maar je kan wel met de Gemeente overleggen over de aanpassingen die je doet.
Na ongeveer een half jaar legt de Gemeente hun conceptbesluit op de Omgevingsvergunning voor het bouwen van de stal neer. Dan kan de omgeving nog binnen 6 weken in beroep gaan tegen de vergunning. De Gemeente neemt deze bezwaren mee in hun besluitvorming. Als ze besluiten de Omgevingsvergunning definitief te verlenen, dan kan er alsnog in beroep worden gegaan bij de rechtbank voor de omgeving. Daardoor kan een vergunningentraject heel lang duren: in sommige gevallen zijn veehouders wel 5 tot 10 jaar bezig met het verkrijgen van een vergunning voor de stal!
Wij hebben ervoor gekozen om voor de bouw een informatieavond voor onze omgeving te houden over de plannen voor het bouwen van de nieuwe kamelenstal. Het was een gezellige en informatieve avond waarbij we aan konden geven waarom we de nieuwe stal wilden bouwen, hoe deze eruit kwam te zien en wat het voor de omgeving zou betekenen. Daarna hebben we nog een ronde door de huidige stal gelopen en een drankje gedronken om bij te praten. Het heeft ervoor gezorgd dat we geen bezwaren hebben gehad tegen de bouw van de stal en de vergunningprocedure iets meer dan een half jaar heeft geduurd.
Het bouwen van een stal doe je als melkveehouder meestal maar 1 keer in je hele leven. De kleine melkveestallen die je nog vaak in het landschap ziet staan, zijn meestal in de jaren ’60 en ’70 gebouwd en aan vervanging toe. Zo ook op ons bedrijf: de kleine, vochtige oude melkveestallen zijn niet de meest prettige omgeving voor de kamelen. Ze hebben licht, lucht en ruimte nodig en een droog stalklimaat. Maar hoe begin je aan de bouw van een nieuwe kamelenstal?
Hoe leuk het ook is om te dromen over een prachtige stal met alles erop en eraan: het belangrijkste om in de gaten te houden, is de kostprijs van de stal. Je moet uiteindelijk de lening van de bank ook terug kunnen betalen. De kosten houd je laag door een stal zo simpel mogelijk te bouwen. Doordat je de kosten terugverdient met de productie van je dieren, moeten er voldoende dieren in de nieuwe stal kunnen. Daarnaast moet er zo min mogelijk grondwerk gedaan worden, moet de ‘bovenbouw’ zo recht en simpel mogelijk zijn en leiden alle extra hoeken en uitbouw tot extra kosten. Maar simpel bouwen is niet altijd mogelijk. Als je dieren houdt, produceer je bijvoorbeeld ammoniak. De uitstoot van ammoniak moet van de provincie verminderd worden doordat het effect heeft op natuurgebieden. Ammoniakuitstoot verlagen kun je doen door bijvoorbeeld een aangepaste vloer in je stal te leggen of door een luchtwasser te plaatsen: dat zijn flinke extra kosten voor de stal. Gelukkig produceren kamelen nauwelijks ammoniak en is die investering voor ons niet nodig.
Wel kwam de vraag vanuit de omgeving of we de stal ook ‘mooier’ konden maken. In Noord-Holland zijn enkele melkveehouders via hun zuivelcooperatie CONO Kaasmakers met architecten en bouwbegeleiders aan de slag gegaan (de ‘CONO stal’). De stal wordt dan niet alleen optimaal gebouwd voor de koeien, maar ook landschappelijk ingepast. Dat heeft geleid tot mooie ontwerpen, maar het zorgt ook voor hogere kosten (met name de begeleiding van het bouwproces, kosten voor de architect, de hogere legeskosten voor de gemeente en de hogere materiaalkosten). Daarom is het van belang om van tevoren na te denken over of je een architect nodig hebt en zo ja, welke kwaliteiten de architect moet hebben (verstand van stalbouw, materialen, ontwerpen van stal of juist landschappelijke elementen, enz). Bovendien heb je binnen de (bouw)vergunning niet altijd mogelijkheden om de stal precies zo te bouwen als je wil. Later vertel ik meer over vergunningen.
Als je dan een ontwerp hebt voor de stal (tip: laat het ontwerp door een onafhankelijke architect met ervaring of goed bouwbedrijf tekenen), ga je in gesprek met aannemers. Wij hebben ervoor gekozen om een aantal aannemers een offerte op te laten stellen aan de hand van de schets van de stal. Het is ook mogelijk om een gehele ‘bestektekening’ op te laten stellen, waarin precies vermeld staat hoe de stal moet worden gebouwd en aan de hand daarvan offertes op te vragen. Die kan je dan beter met elkaar vergelijken. In ons geval zijn we het gesprek aangegaan, omdat de aannemers vaak zelf goed onderbouwde keuzes kunnen aangeven bijvoorbeeld in de keuze van materiaal, waarmee je veel kosten kan besparen. De lokale aannemer bleek het beste aanbod te hebben en tijdens de bouw is gebleken dat het van meerwaarde is dat de aannemer in de buurt zit en zo nauw betrokken blijft bij het bouwproces.
Met alleen een buitenkant van de stal ben je er nog niet; ook de inrichting is van belang. Maatwerk is duur, maar standaard inrichtingen zijn lastig te vinden. In ons geval kun je niet de inrichting van een kamelenverblijf ergens aanschaffen. Die moesten we dus zelf maken. Door tweedehands materiaal op te kopen, zelf de onderdelen op maat te maken en de buizen door een bedrijf te laten coaten, is de inrichting als nieuw, maar wel maatwerk. Dat kost wel veel eigen tijd.